Het Deutzenhofje

Het Deutzenhofje is gelegen aan de Prinsengracht 855-899,

Het mooie Deutzenhofje is een parel van de 17de eeuw, het grootste en aanzienlijkste uit deze eeuw. Aan de Prinsengracht zien we drie dubbele huizen, waarvan de middelste het rijk geornamenteerde poortgebouw is. De twee buitenste dubbele huizen zijn huurhuizen en vormen eigenlijk geen onderdeel van het hofje (maar de opbrengst komt er wel aan ten goede). Het poortgebouw wijkt af omdat het de ingang op de begane grond heeft en een bijzondere versiering.

Het hofje werd in 1692 gesticht uit de nalatenschap van Agneta Deutz (waarvoor zij reeds de grond gekocht en de regenten had benoemd) en gebouwd in 1694/95. Het voorname hofje was bestemd voor oude dienstboden en arme familieleden. De gevelsteen zegt:


Agneta Deutz laat hier haar liefde en godsdienst blijken
Den Armen tot een troost, tot voorbeeld aan de rijken
Anno 1695

Boven de ingang twee putti te zien en de wapens van Agneta Deutz en haar twee echtgenoten (Gerrit Meerman, raad van Delft, en Meester Zacharias van Beresteyn, burgemeester en raad van Delft).

Op de bovenverdieping van het poortgebouw ligt de regentenkamer, waarin zich een schoorsteenstuk bevindt waarop de stichtster is afgebeeld.

Het hofje bestond uit 19 woninkjes. Op het ruime binnenterrein, dat in de zomer een kleurrijke bloemenhof is, staat een fraaie waterpomp. Tegenover het poortgebouw staat een open portaal met enkele dorische zuilen, met daarboven een uurwerk omgeven door gebeeldhouwd bloem- en lofwerk en geflankeerd door twee panelen met sculpturale motieven. In 1964 werd het hofje uitgebreid met 4 pandjes in de Kerkstraat zodat het aantal woninkjes op 31 kwam. Ook werd toen een lelijk hoog pand verworven dat het uitzicht vanuit het hofje jarenlang had bedorven en dat na aankoop direkt werd gesloopt. Er wonen nog steeds oudere dames.

Het Begijnhof

Het Begijnhof is gelegen aan het Spui.

Het Begijnhof is het enige hofje gesticht in het Middeleeuwse Amsterdam en dus gelegen binnen het Singel. Het hofje ligt bijna een meter lager dan de rest van de binnenstad, op het Middeleeuwse straatniveau. Onduidelijk is wanneer het Begijnhof is gesticht. De begijnen woonden in 1346 nog in een huis (in een document uit dat jaar wordt gesproken van een “beghynhuys”). Pas in 1389 wordt voor de eerste keer gesproken van een hof (in een privilegebrief). Oorspronkelijk was het Begijnhof geheel omsloten door water (de Nieuwezijds Voorburgwal, het Spui en de Begijnensloot) met als enige toegang een poortje bij de Begijnensteeg (met een brug over de Begijnensloot). De achtergevels stonden dus in het water. De ingang aan het Spui bestaat pas sinds de 19de eeuw.

Het Begijnhof is geen gewoon hofje omdat het geen oudedagsvoorziening gesticht door partikulieren was. Het was meer een soort klooster, alhoewel de begijnen meer vrijheid hadden dan nonnen in een klooste.: De begijnen legden wel een gelofte van kuisheid af maar mochten op elk moment het hof verlaten om te trouwen. Bovendien staan er hoge, specifiek Amsterdamse stadshuizen (het Begijnhof is het enige hofje waarvan de huizen als adres de naam van het hofje zelf hebben), waaruit het min of meer partikuliere karakter van het hof in het oog valt. Hier geen aaneengerijde woninkjes, zoals gebruikelijk en kenmerk van de meeste hofjes. Er staan 47 gewone stadshuizen met elk hun individueel aanzien, de meesten met gevels uit de 17de en 18de eeuw, maar de huizen zijn doorgaans ouder: 18 huizen hebben nog een gotisch houtskelet.

Beroemd is het gerestaureerde houten huis Begijnhof 34, waarvan er in Amsterdam nog slechts twee bestaan (het andere houten huis is Zeedijk 1). Dit huis is uit ca.1470 en is waarschijnlijk het oudste houten huis van Nederland.

Het hof heeft twee bleekvelden met de Begijnhofkapel ertussenin. Het oude, in 1907 gerestaureerde poortje aan de Begijnensloot, dateert uit 1570 en heeft een steen waarop Sint Ursula is afgebeeld, de patrones van de Amsterdamse begijnen. Het poortje aan de zijde van het Spui, van ongeveer 1725 maakte in de 19e eeuw plaats voor het poortgebouw dat er nu staat. Het Begijnhof bevat een groot aantal gevelstenen, waarvan de meesten een duidelijk rooms-katholiek karakter hebben.

Het van Brants-Rushofje

Het van Brants-Rushofje is gelegen aan de Nieuwe Keizersgracht 28-44.

De koopman Christoffel Brants (1664-1732) had fortuin gemaakt door handel op Rusland en was daar in 1712 door Peter de Grote geridderd en in 1717 verheven in de adelstand (waarna hij zich “Van Brants” mocht noemen).

Christoffel Brants was ongehuwd gebleven. Op 20 mei 1732 legde hij de eerste steen van het Van Brants-Rus hofje (deze steen met inscriptie is gevonden in het souterrain en bevindt zich tegenwoordig in de regentenkamer), samen met het Corvershof het aanzienlijkste hofje van Amsterdam. Hij heeft de voltooiing niet meegemaakt, want hij overleed al op 5 november 1732. Het hofje was bestemd voor “behoeftige arme vrouwen, niet onder de vijftig jaren oud, van de Luthersche gezindte”, m.a.w. het was een Evangelisch Luthers hofje. Ook werd door Brants bepaald dat het moest gaan om “bejaarde dochters of weduwen zonder kinderen (…) van fatsoenlijke opvoeding en van een goed gerucht, gedrag en handel, zonder de allerminste opspraak”. Er waren tuchtartikelen, zoals een verbod op “krakeelen, schelden, drijgen, slaan, vuyle woorden, lichtvaardig sweeren, vloeken, laster etc.” Het hofje zou 21 vertrekken bevatten voor twee vrouwen elk en nog 6 vertrekken voor één vrouw, dus in totaal voor 48 vrouwen. Het hofje was gereed in 1733.
Links van het complex was een onbebouwd terrein met een herberg dat in 1735 werd opgekocht. Op dit terrein werden drie woonhuizen gebouwd (Nwe. Keizersgracht 46-50) met een vrij ondiepe tuin, waardoor het Van Brants-Rus hofje haar tuin achter die van de drie woonhuizen kon uitbreiden. Bovendien werd in 1898 het pand Nwe. Keizersgracht 26 verworven, zodat het hofje haar tuin ook achter dit perceel kon uitbreiden.

Het hofje wordt toegeschreven aan de bekende bouwmeester Daniël Marot.. De fraaie voorgevel in Lodewijk XIV-stijl met dubbele stoep, die als een patricisch grachtenhuis oogt, vertoont een zinnebeeldig reliëf dat de weldadigheid symboliseert. Daaronder bevindt zich het adellijke wapen van Brants. Boven de deur staat de naam van het hofje met het gedicht:

Brants, door de koopmanschap tot Rijkdom en tot Eer
Geklommen, heeft my in de Naa-nacht van sijn Leven
Den Ouden tot hun Troost ter Wooningen gegeven.
Aanschouwer! is uw doen gezeegent van den Heer
Volg Brants in Deugden, in zyn Liefde tot den Armen:
Godt gaf hem, dat hy mild zig hunner kon Erbarmen. Ao 1733

Het Catharinahofje

Het Cataharinahofje is gelegen aan de Overtoom 224.

Het Catharinahofje is gesticht in 1889 en was oorspronkelijk als inpandige bebouwing achter vier huisjes op de Egelantiersgracht nos. 201-203-213-215 gelegen.In 1906 werd het hofje verplaatst naar de Overtoom 224. De ingang naar het hofje werd later de Vierhuizengang genoemd.

Het van Brienenhofje

Het van Brienenhofje is gelegen aan de Prinsengracht 85-133.

Het R.K. Van Brienenhofje is gesticht in 1804 en de stichter Arnout Jan van Brienen kon helaas alleen nog de eerste steen leggen, maar overleed nog datzelfde jaar. De officiële naam is “Stichting Van Brienens Gesticht De Star”, naar de brouwerij die op deze plaats heeft gestaan en die in 1797 door Van Brienen was gekocht (het was één van de dertien bierbrouwerijen van Amsterdam van het einde van de 18de eeuw). Stadsbouwmeester Abraham van der Hart ontwierp reeds in 1797 een voornaam hofje in Empire-stijl. Door de tijdsomstandigheden werd de bouw van het hofje uitgesteld tot 1804. Het gesloten karakter legt alle accent op de hoge dubbele stoep en ingangspartij In het midden van het frontgebouw. Deze ingang werd alleen door de regenten gebruikt. Erboven staat de volgende tekst:

Arnout Jan van Brienen, Heer van de Groote Lindt en Dortsmondt
Benevens deszelfs echtgenoote Sophia Maria van Hf. Wassenaer Vrouwe van Stadt
Aangemoedigd door erkentenis voor ‘s Hemels Genotene
Weldaaden en door menschlievendheid gedreven, hebben
Tot ondersteuning en huisvesting der noodlijdenden
Dit gebouw gesticht in het jaar 1804

Het wapen vastgehouden door twee putti toont een R.K. kruis (dit is niet het wapen van Van Brienen). De dakkapel met klok bevat eveneens het jaartal, ditmaal in Romeinse cijfers. Een koepeltorentje bekroont het geheel.

Arnout Jan van Brienen (1735-1804) was de zoon van Willem van Brienen (die in 1742 op Herengracht 64 woonde). Hij had in 1772 het huis “de Sonnewijser” (Herengracht 182) gekocht en liet dit pand ingrijpend vernieuwen. De eerste-steenlegging van het hofje heeft hij nog beleefd. Een kleindochtertje legde in 1804 de eerste steen van het hofje. In 1806 was het hofje gereed voor bewoning.

Het hofje bestaat uit een ruime binnenplaats aan drie zijden omsloten door woninkjes. In het midden een waterpomp met fraaie lantaarn. De vrouwen moesten de woningen van de alleenstaande mannen schoonmaken, maar de mannen moesten het water aandragen.

Het hofje biedt huisvesting aan bejaarde rooms-katholieke vrouwen, oorspronkelijk echter mannen en echtparen. De bewoners waren niet echt armlastig, want ze moesten zelf voor de kost zorgen. Tegenwoordig moet huur worden betaald.

Het Sint Andrieshofje

Het Sint Andrieshofje is gelegen aan de Egelantiersgracht 105-141.

Het Sint Andrieshofje is het oudste nog bestaande hofje van Amsterdam (op het Begijnhof na). Het hofje is gesticht in 1614 en gebouwd in 1617. Op een oude prent van de Egelantiersgracht van G. Lamberts (1776-1850) uit 1818 is de oude situatie weergegeven: een breed laag pand met kruiskozijnen en een houten onderpui. De drie houten onderpuien met gekoppelde deuren zijn nog aanwezig, maar de kruiskozijnen zijn vervangen door ramen met roedeverdeling. De naam van het hofje is boven de ingang geschilderd. Bovendien is het gebouw begin deze eeuw verhoogd.

In 1614 had de rijke ongehuwde veehouder Ivo Gerritsz. testamentair bepaald dat zijn nalatenschap aan een hofje moest worden besteed, voor “al sulcke eerlicke arme persoonen”. Ivo’s neef Jan Jansz. Oly (de vader van de bekende priester Jacob Oly) schonk de benodigde grond, waarop in 1617 het Sint Andrieshofje verrees. Het hofje werd genoemd naar de naam van het huis van Jan Oly (“in Sint Andries”, Nieuwendijk 213). Toen Jan Oly in 1615 overleed, verhuisde zijn weduwe naar De Pinas (Singel 290), waar zij het uithangbord met Sint Andries opnieuw aanbracht. Het Sint Andrieshofje was bestemd voor behoeftige rooms-katholieke weduwen. Het hofje kwam in 1699 onder de hoede van het pastoraat van het Begijnhof.

Een helder blauw betegelde gang leidt naar de binnenplaats en kijkt uit op een fraaie kleine 18de eeuwse waterpomp. Op het binnenterrein zijn steeds op fraaie wijze drie deuren gekoppeld met ramen en bovenlichten. De middelste deur leidt naar de bovenwoningen. Oorspronkelijk waren er 36 woninkjes voor 66 bewoners; tegenwoordig één persoon per woninkje. In het gebouw aan de gracht bevinden zich eveneens hofjeswoningen.

Boven de oostelijke woningen bevond zich een kapel, in gebruik genomen in 1623 maar in de 19de eeuw grondig gewijzigd. In de gevel staat een vroeg-17de eeuwse gevelsteen met Christus en de tekst “Vrede sy met U”. Tot de laatste restauratie zat deze gevelsteen aan de gevel aan de gracht.

Het Claes Claeszhofje

Het Claes Claeszhofje is gelegen aan de 1ste Egelantiersdwarsstraat 1-5.

Via de poort komt u in het Claes Claeszhofje. Dit is de naam voor het complex waarvan het oude Claes Claeszhofje, het voormalige Zwaardvegershofje en het vroegere Anslo’s Hofje deel uitmaken. Het had 20 jaar leeggestaan, was ernstig bedreigd, tot het in de jaren zestig gerestaureerd werd. Met name Stichting Diogenes had zich daar sterk voor gemaakt. Uit Diogenes kwam later de vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad voort, die heel actief strijdt voor behoud van het stadsgezicht. Nu over het hofje zelf: het eerste hofje na de poort, nu niet meer dan een binnenplaatsje, is het oude Claes Claeszhofje. De lakenhandelaar Claes Claeszoon Anslo had drie huisjes in een tuin achter de Egelantiersstraat waar hij vanaf 1615 of 1616 oude mensen gratis liet wonen. De bebouwing is later uitgebreid.

Op nr. 50 in de Egelantierstraat zien we het falniliewapen van de Claes Claesz. Anslo, die in 1616 het Anslo’s hofje stichtte, dat in de vorige eeuw werd uitgebreid met een vleugel aan de Egelantiersdwarsstraat. Samengevoegd met het Zwaardvegershofje en gerestaureerd kwam het in 1979 gereed. Nu heet het Claes Claeszhofje.

U kunt dit hofje in via de deur rechts van het restaurant. De naam staat op de onopvallende deur, die nooit op slot is. Als we eenmaal binnen zijn, zien we rechts van ons het oude Zwaardvegershofje. Het heeft een uitgang naar de Tuinstraat, waarboven we aan de straatzijde nog de oude naam vinden.

Links ziet u een smal gangetje dat uitkomt bij de ingang naar het oude Anslo’s hotje. Achter de deuren van de voormalige ‘secreten’ is een elektriciteitshuisje weggewerkt. Daar tussenin heeft men op de plaats van de vroegere pomp een fonteintje met een leeuwemasker geplaatst.

De ingang van het Zwaardvegershofje in de Tuinstraat is afgesloten. Van 1738 tot circa 1925 bestond het hofje uit vier huisjes. Een zwaardveger was een smid die blanke wapens maakte. Vroeger zaten er een paar zwaardvegers in de huisjes aan de Zwaardvegersgang.

Het Hodshon-Dedelhofje

Dit hofje is gelegen aan de 1ste Weteringdwarsstraat 83-95.

Het huwelijk van Isaac Hodshon (1772-1855) en Isabella Dedel (1778-1865), een dochter van de in 1787 afgezette burgemeester Willem Gerrit Dedel, bleef kinderloos. In 1807 kochten zij een hofje in de Passeerdersstraat, het Blokshofje. In 1842 verplaatsten zij dit hofje naar een ruim opgezet, statig complex met 20 woningen. Het doel was de protestantse dienstboden van de beide families een oude dag te bezorgen.

Het is een hofje in een weinig voorkomende vorm. Aan de straatzijde een blinde muur met een poort (met een bekroning met het alliantiewapen van de Hodshon-Dedels), rechts en links geflankeerd door enige tot het hofje toebehorende huizen.

De poort geeft toegang tot een binnenpleintje waaromheen drie vleugels staan. Het complex is statig door zijn breedte, de lange vleugel gedekt door een groot driehoekig fronton en de twee smalle vleugels, alsmede door de grote, bijna vierkante ramen.
Op het binnenpleintje staat een fraaie pomp met een lantaarn gedragen door vier dolfijnen. Ook de vroegere toiletten staan er nog. Op de steen onder bij deur achter de pomp staat:

Isabella de Wildt oud 9 jaar
Petekind van Isaak Hodshon en
Isabella Dedel echtelieden
Heeft van dit door hen gestichte hofje
Den eersten steen gelegd
Op den 25 Maart MDCCCXLII

Het hofje is in 1980 door Stadsherstel aangekocht en in 1985 gerestaureerd. Tegenwoordig wordt het hofje bewoond door zes bejaarde vrouwen die een flat met veel comfort hebben gekregen. Het hofje is niet meer te bezichtigen.

Het Karthuizerhofje

Het Karthuizerhofje (Huys-zitten-weduwen-hofe) is gelegen aan de Karthuizersstraat 89-171

Op nrs. 89-171 bevindt zich een hofje dat officieel het Huyszitten Weduwenhofe wordt genoemd, maar bekend is onder de naam het Karthuizerhofje. Het werd in 1650 gebouwd op het terrein van een vroeger klooster. De opdracht tot bouw kwam van de Huiszittenmeesters, vooraanstaande kooplieden die ‘huiszittende armen’ ondersteunden met turf, levensmiddelen en soms huisvesting. Aan de straatzijde hebben de huizen witte drooglatten.

Het hofje maakt een ruime indruk door de twee bleekvelden en de grote binnenplaats. Binnen het hofje zien we boven de toegangspoort het Amsterdamse koggeschip, het grootste handelsvoertuig in de middeleeuwen. Aan de overkant het wapen van Amsterdam.

Het Lindenhofje

Het Lindenhofje is gelegen op de Lindengracht 94-112.

Volgens een gedenkplaat in de gang van het Lindenhofje werd dit complex gesticht in 1616, en was oorspronkelijk een doopsgezind armenhofje. Tegenwoordig is dit hofje niet meer toegankelijk voor publiek. Er is nu en kinderhospice in gevestigd. Dat is een huis waar ernstig zieke kinderen van 0 tot 19 jaar kunnen logeren. Het is begrijpelijk dat er geen storende factoren van b.v. toeristen kunnen worden getolereerd.