Geschiedenis Amsterdam: Van polder tot stad

Hoe is Amsterdam ooit ontstaan?

1.            De natuurlijke waterscheiding
Allereerst een stelsel van riviertjes en zijriviertjes dat het overtollige water uit de moerassen naar de Amstel en via de Amstel naar zee afvoert.

2.            De dijken
De vroegste bewoners van Nederland bouwden hun huizen op terpen (kunstmatige heuvels). Toen de zeespiegel begon te stijgen, bouwden de bewoners van wat nu Amsterdam is de Zeedijk en de Nieuwendijk aan de monding van de Amstel om zich tegen de Zuiderzee te beschermen.

3.            De windmolen
De zeespiegel bleef stijgen. Met behulp van een door windkracht aangedreven pomp waren de boeren in staat de grondwaterspiegel van het bouwland kunstmatig laag te houden. Een neveneffect was echter dat de veengrond ten gevolge van het vochtverlies inklonk, waardoor het land lager kwam te liggen zodat er eens te meer behoefte was aan dijken.

4.            De groei van de stad
Naarmate de stad groeide, werd het omringende land opgehoogd om het op gelijk niveau te brengen met de oudere stadsdelen. Er werden grachten gegraven, die dienden als verdediging, als afvoer van het regenwater, als riolering en om een doelmatig vrachtvervoer in de stad mogelijk te maken. Bij laag tij kon het water in de grachten gespuid worden. Bij vloed stroomden de grachten opnieuw vol met water uit de Zuiderzee, of Amstel.

Om een zo goed mogelijk gebruik te maken van de heersende winden werden er aan de zuidelijke stadsrand windmolens gebouwd, die de energie moesten leveren voor de zich snel ontwikkelende industriële bedrijvigheid. Sporen van deze 17e-eeuwse industriële concentratie zijn terug te vinden in de namen van sommige grachten, zoals de ‘Looiersgracht’ in de Jordaan.

5.            De stadsmuren
Overwegingen van politieke en militaire aard stimuleerden het bouwen van stadsmuren die later van vestingwerken voorzien werden. Omdat deze muren een onwrikbaar gegeven waren en niet naar believen met de stad meegroeiden, zagen de Amsterdammers zich genoodzaakt de beschikbare grond binnen de stadswallen optimaal te gebruiken. Grond die oorspronkelijk voor andere doeleinden werd gebruikt, werd volgebouwd en men probeerde zelfs (met succes) extra bouwgrond te winnen door hier en daar een klein gedeelte van een gracht te dempen (aanplempen). Niettemin breidde de stad zich ook buiten haar muren uit langs de irrigatie-en transportgrachtjes.

6.            Stadsuitbreiding
De voorspoedig gedijende economie en de bijgevolg snel groeiende bevolking zijn oorzaak van een explosieve groei in de 17e eeuw. Hoewel dit niet de eerste keer is dat de stad wordt uitgebreid en evenmin de laatste, is de stadsuitbreiding in de 17e eeuw zeer zeker de meest spectaculaire. In een periode van minder dan vijftig jaar wordt een enorm gebied aan de stad toegevoegd en ommuurd met een nieuwe vestingwal. Met de 17e-eeuwse stadsuitbreiding werd de oppervlakte van de stad verviervoudigd. Op de stadsplattegrond springt het verschil in het oog tussen de dicht opeengepakte bebouwing binnen het Singel, en de veel opener bebouwing daarbuiten. Het stratenplan zoals dat in de 17e eeuw zijn definitieve gedaante kreeg, behield zijn vorm tot 1870.