Het Raepenhofje

Het Raepenhofje is gelegen aan de Palmgracht 28-38.

Aan de Palmgracht staat een dwars gebouwd poortgebouw met een klein rond poortje met daarboven een prachtige jaartalsteen (1648). Het Raepenhofje is in 1648 gesticht en gebouwd door Pieter Adriaensz. Raep (1581-1666) met het geld van de erfenis van zijn vader Adriaen Pietersz., overleden in 1647. Er wordt beweerd dat de Raeps het hofje hebben gesticht uit dankbaarheid voor de Vrede van Münster (1648), maar waarschijnlijker is dat Raep het hofje stichtte om onsterfelijk te worden (daar hij geen nageslacht had).

Het poortje heeft een sluitsteen met de initialen van Raep (P.A. is Pieter Adriaensz) en de raap daaronder staat voor de familienaam Na binnenkomst ziet met een bord met de tekst “Salig syn de vreedsamen want sy sullen Godts kinderen genaamt worden”. Dit hofje was bedoeld voor protestantse dames. In het reglement staan o.a. regels m.b.t. het ophangen van wasgoed. Niemand minder dan Vondel vervaardige op het Raepenhofje het volgende gedicht:

Peter Raep, de trezorier
Boude uit mededogen hier
‘t Weduwen en Weezenhof
Men gebruik het tot Godts lof

Oorspronkelijk waren er in de twee loodrecht op elkaar staande vleugels 12 woningen in 6 huisjes (thans 11 woningen). De deurkozijnen zijn gekoppeld. De kruiskozijnen zijn nog aanwezig (maar het glas-in-lood niet meer). Let op de achtergevels van de hoge graanpakhuizen van de Brouwersgracht (die jonger zijn dan het hofje).