Het Occohofje

Het Occohofje is gelegen aan de Nieuwe Keizersgracht 94.

Het Occo Hofje of ‘t Gebouw van Barmhartigheid (zie de voorgevel) is gesticht volgens de bepalingen van het testament van Cornelia Elisabeth Occo (overleden in 1752). Zij was een nazaat van de bekende groothandelaar en bankier Pompejus Occo (overleden in 1537).

Het Occo hofje is gesticht in 1758. Cornelia Occo had bepaald dat 15 jaar na haar dood het hofje op de plaats van haar huis moest verrijzen, voor “oude behoeftige Roomschgezinde mannen en vrouwen”. Het hofje werd in 1774 naar ontwerp van meester-timmerman Jan Luyten gebouwd in Lodewoijk XVI-stijl (het enige hofje in deze stijl). Oorspronkelijk stond het hofje vrijstaand aan de gracht, maar later zijn aan beide zijden woonhuizen gebouwd.

Opvallend is het deftige, gesloten voorgebouw met zes blinde ramen. De gevel heeft geblokte pilasters op de hoeken en ter weerszijden van het middenrisaliet, welke bekroond wordt door een groot driehoekig fronton, waarin een adelaar (het wapen van de stichteres) met Lodewijk XVI-ornament is geplaatst. De middentravee boven de stoep is versierend met twee vazen, met daaronder het bouwjaar 1774 in Romeinse cijfers. De stoep is een kwart eeuw ouder.

Achter het poortgebouw ligt een binnenplaats waaraan oorspronkelijk een achtergebouw stond met een torentje met klok. Eind-19de eeuw is dit gebouw gesloopt om plaats te maken voor lange, saaie zijvleugels met nieuwe woninkjes (waardoor het hofje nu twee keer zo diep is dan oorspronkelijk). De benedenwoninkjes hebben een ingang aan het hof, de bovenwoningen via een trap in het midden van de vleugels. Een muur aan de Kerkstraat sluit het hofje nu af. Het torentje is toen op de achterzijde van het voorgebouw geplaatst. Het klokkentorentje bevat nog steeds de fraai koperen uurwijzer met slagwerk van Rutgerus en Van Meurs uit 1779.

Direct onder de klok staat in dichtvorm:
Gods zegen lei de grond
en de Barmhartigheid Van Occo
heeft den schat tot deezen bouw gegeeven
Maria Gillis heeft den eersten steen geleid:
Nu kan hier maagd en weeuw
gerust en vreedzaam leeven.

Lees hier ook de column van Felix Rottenberg

Het Raepenhofje

Het Raepenhofje is gelegen aan de Palmgracht 28-38.

Aan de Palmgracht staat een dwars gebouwd poortgebouw met een klein rond poortje met daarboven een prachtige jaartalsteen (1648). Het Raepenhofje is in 1648 gesticht en gebouwd door Pieter Adriaensz. Raep (1581-1666) met het geld van de erfenis van zijn vader Adriaen Pietersz., overleden in 1647. Er wordt beweerd dat de Raeps het hofje hebben gesticht uit dankbaarheid voor de Vrede van Münster (1648), maar waarschijnlijker is dat Raep het hofje stichtte om onsterfelijk te worden (daar hij geen nageslacht had).

Het poortje heeft een sluitsteen met de initialen van Raep (P.A. is Pieter Adriaensz) en de raap daaronder staat voor de familienaam Na binnenkomst ziet met een bord met de tekst “Salig syn de vreedsamen want sy sullen Godts kinderen genaamt worden”. Dit hofje was bedoeld voor protestantse dames. In het reglement staan o.a. regels m.b.t. het ophangen van wasgoed. Niemand minder dan Vondel vervaardige op het Raepenhofje het volgende gedicht:

Peter Raep, de trezorier
Boude uit mededogen hier
‘t Weduwen en Weezenhof
Men gebruik het tot Godts lof

Oorspronkelijk waren er in de twee loodrecht op elkaar staande vleugels 12 woningen in 6 huisjes (thans 11 woningen). De deurkozijnen zijn gekoppeld. De kruiskozijnen zijn nog aanwezig (maar het glas-in-lood niet meer). Let op de achtergevels van de hoge graanpakhuizen van de Brouwersgracht (die jonger zijn dan het hofje).

Het Rijpenhofje

Het hofje is eigenlijk niet meer dan een binnenplaatsje van de woningen De Lelie aan de Bloemstraat. De bewoners hebben toegang tot het Rijpenhofje met de hoofdingang aan de Rozengracht.

Het Roetershofje

Het Roetershofje is gelegen aan de Lindengracht 171-187.

Soms kun je alleen al aan de straatnummers zien dat er achter de hoge gevels ergens een hofje moet zijn. Als aan de Lindengracht de nummering plots van 171 naar 187 springt: ligt daar verscholen achter een deur het Roetershofje een pareltje in een drukke stad. Ooit gebouwd voor oudere dochters en weduwen zonder crimineel verleden en dus van onbesproken gedrag en niet aggressief.

Het Rozenhofje

Het Rozenhofje is gelegen aan de Rozengracht 147-181. (Helaas niet meer voor publiek toegankelijk).

Omstreeks 1741 stichtte de Kas van de Doopsgezinde Collegianten het Rozenhofje uit de nalatenschap van de houthandelaar Jan de Jager. In 1744 konden de eerste huisjes betrokken worden door protestantse bejaarde vrouwen. Het hofje groeide uit tot 25 woningen dankzij schenkingen en legaten. De vrouwen woonden er kosteloos en kregen soms kleine geldbedragen en turf voor de kachel. De oude voorgevel is in 1884 vervangen door de huidige gevel.

Het Staringhofje

Dit hof is een voortzetting van het Konijnenhofje uit 1670 en het Zwaardvegershofje uit 1738, beide uit de Jordaan. De bouw van dit hofje grijpt terug op de traditionele bouwwijze van hofjes, waarbij elke kamer een eigen voordeur naar de binnenplaats heeft. Op de eerste en tweede verdieping zijn zuilengalerijen aangelegd.

Het Suykerhoffje

Dit hofje is gelegen aan de Lindengracht nummers 149-163.

Omstreeks 1670 werd dit hofje gesticht naar aanleiding van een testament van de rijke suikerbakker Pieter Jansz Suykerhoff.

Het hofje mocht alleen door vrouwen worden bewoond. Het bestuur moest bestaan uit twee remonstrantse regenten. Toevallig waren de twee regenten dezelfde als die van het hofje Venetia, daar vlak bij gesitueerd.

Het Swigtershofje

Het Swigtershofje is gelegen aan de Amstel 86-98.

Achter het zandstenen poortje aan de Amstel tussen de Halve Maansteeg en de Balk in’t Oogsteeg staat het Swigters Hofje, bestaande uit een rij huisjes onder één dak, evenwijdig aan een steegje dat doodloopt tegen de panden aan het Rembrandtplein.

De stichter was de rooms- katholieke boekenverkoper Isaac Swigters die overleed in 1750. Behalve de huisjes legateerde hij aan het R.C. Oude Armenkantoor een stukje grond van 685 x 475 cm, en een som geld om op die plek een eigen kapel voor de bewoonsters te bouwen.

De woorden : Zalig degene die zich bekommert om de arme en behoeftige, op de kwade dag zal de Heer hem bevrijden bevinden zich op een gebeeldhouwd poortje dat via een smalle steeg toegang biedt aan het hofje.

De stichter had een winkel in de Balk in ’t Oogsteeg welke in 1751 werd toegevoegd en die werd omgeebouwd tot kapel.

Het Venetiahofje

Dit hofje, ook wel van Maarloopshofje genoemd, is gelegen aan de Elandsstraat 104-142.

In 1650 kocht Jacob Stoffels een pand in de Elandsstraat dat toen al Venetiae genoemd werd. Het heeft dus niets van doen met eventuele koopmansreizen van Jacob Stoffels naar Venetië.

Het 19de eeuwse poortgebouw aan de Elandsstraat heeft een middengedeelte met een ingang en gevelsteen. Het Prot. Venetiaehofje is gesticht in 1650 door een Amsterdamse koopman, Jacob Stoffels. Toen de stichter in 1671 overleed, legateerde hij een belangrijke som aan het hofje. Het is een voorbeeld van een hofje niet genoemd naar de stichter: Bij de stichting had het hofje 13 woningen voor “arme weduwen en bejaarde vrijsters” van protestantse gezindte. Het hofje nam na 1685 diverse Franse Hugenoten op.

De regent Gerardt van Maarloop breidde het hofje in 1709 met 17 woningen uit. Sindsdien werd het hofje ook wel het Maarloopshofje genoemd.
In 1904 werd het hofje vergroot met een uit twee verdiepingen bestaand achtergebouw zodat het sindsdien uit vier vleugels bestaat: twee 17de eeuwse rijen hofjeswoningen (de west- en zuidvleugel), een vleugel uit 1709 (de oostvleugel) en de achtervleugel uit 1904 aan de Lauriergrachtzijde (waar overigens nog een achteruitgang is, bij Lauriergracht 67, de vroegere Hoedenmakersgang).

Vredenburgh

De achterzijde van Vredenburgh. Het geheel is afgesloten met een hek dat op slot is.Nogmaals de achterzijde incl. hek. De ingang aan de voorzijde van het geboiuw. (Detail). De voorzijde van het gebouw Vredenburgh. De zijgevel van het gebouw Vredenburgh. Detail zijgevel van het gebouw Vredenburgh.